Goeiemiddag!


Vandaag 11 september en het lukt de zon niet zo goed om volop warmte te geven. En al was de zomervakantie niet echt een topper, wij houden er alleszins de mooiste herinneringen aan over. Het schooljaar is zelfs al weer begonnen en binnenkort is het oudejaarsavond...

Bodixchel is bezig met repeteren, organiseren en oriënteren in het vooruitzicht van een nieuw werkjaar: projecten, liederen, muziek en cd. Samen met Joost onze webmaster zetten we de foto's op de site - uw geduld zal beloond worden.

Ons Cubita-project kent zijn première op 8 oktober in De Werf in Aalst. En zoals altijd groeit dat dan verder. Maar het wordt leuk. Helse toeren gaan we niet uithalen, Bodixchel blijft Bodixchel met een eigen geluid en klank. Binnenkort staan de concerten eveneens on-line en dan kan je weer volop meegenieten.

In het najaar beginnen we ook aan de derde cd. Veel meer kunnen we nog niet kwijt. We bereiden ons voor en laten zo spoedig mogelijk iets weten.

Onze nieuwe affiches en flyers zijn klaar. Heel mooi om je kamer mee te versieren en bij weg te dromen. Voor ons zit de Cuba-sfeer er heel duidelijk in. We zijn er dus heel tevreden mee. Dank aan Inge. Misschien kan je er nog een te pakken krijgen.

Dank ook aan Theaterbureau XLP en Joost. Nog eens dank aan Katrien voor haar werk voor onze Cuba-concertreis.


› Cocktail: Piña Colada

Piña Colada - (c) bartime.de · ingrediënten per glas:
ijsblokjes, 1 baby-ananas, 4 cl witte rum, 2 theelepels Cream of Coconut en 3 druppels Angostura

· bereiding:
Snijd het kapje van de ananas, schil de rest, verwijder de harde kern en snijd het vruchtvlees in blokjes. Doe de rum, de kokos, de helft van de ananasblokjes en de Angustura in een mixer en pureer alles tot schuim. Voeg de ijsblokjes toe en laat nog even meedraaien om ijsgruis te krijgen. Giet over in een groot glas. Maak een gaatje in het ananashoedje, steek er een rietje door en zet het op het glas.


› Het Rumparadijs heet Cuba

cocktails die in een bad groeiden
De koloniale heersers hebben Cuba en andere Latijns-Amerikaanse landen altijd een monocultuur opgedrongen. Hierdoor geraakte Cuba volledig afhankelijk van zijn suikerriet, dat tot de komst van Castro werd aangekocht door de USA. Tegen prijzen door de Amerikanen bepaald!

alles begint met La Zafra
Laat in de 19de eeuw schreef Jose Marti al: "Een volk dat zijn bestaan aan een enkel product toevertrouwt, pleegt zelfmoord". De jaarlijkse oogst met de machete, sterk afhankelijk van klimatologische omstandigheden, wordt de Zafra genoemd en was de enige en vooral de belangrijkste bron van inkomsten tot Castro er in slaagde het toerisme massaal te ontwikkelen. Suikerriet groeit in tropische en subtropische gebieden. De plant bereikt een hoogte van 3 tot 6 meter. Op Hawaii en Cuba bedraagt de groeiperiode 12 tot 18 maanden. De oogst gebeurt tussen januari en augustus.


met de machete
De zowat 50 centimeter lange machete, voorzien ook van een haak, blijft het belangrijkste kapinstrument omdat moderne machines nog onvoldoende nauwkeurig zijn. Suikerriet wordt vlakbij de aardoppervlakte gekapt. De bladeren worden er afgetrokken met een haak. en de stengel wordt proper gemaakt tot de laatste knoop. Het riet wordt dan in rijen gelegd voor de ophaling en het vervoer naar de 'cane factory' waar de molen de suiker uit het riet haalt. De Latijnse naam voor suikerriet is Sacharum officinarum.

cuba siempre
Uit verschillende suikerrietproducten wordt rum gedistilleerd. De belangrijkste uitvoerders zijn Barbados, Trinidad, Jamaica, Guyana, Cuba en Puerto Rico. Maar ook in landen als bijvoorbeeld India en Zuid-Afrika wordt een lokale rum gedistilleerd. Rum is in tropische gebieden een uitstekende alcohol voor cocktails. De beroemdste uit de reeks, hoewel hij slechts een mengeling is van cola en rum, is uiteraard de Cuba Libre. De Cubanen fabriceren al vier eeuwen de beste rum ter wereld. Het sap wordt bekomen door de suikerrietstengels te vermorzelen. Het wordt gekookt en condenseert zich in kristallen. Onzuivere bestanddelen worden aldus uit de suiker verwijderd en de bekomen stroop fermenteert op een natuurlijke wijze onder de tropenzon. Een planter uit Oriente ontdekte in de 18de eeuw hoe de suikerstroop kon worden gedistilleerd. Heden ten dage wordt bij de distillatie ook honing toegevoegd.

de grootste
Op Cuba worden twee soorten rum geproduceerd, de Carta Oro met een amberen kleur en een delicaat boeket. De Carta Blanca is droger en uitermate geschikt voor cocktails. Het beste merk is Habana Club. De grootste cocktail zou in de 18de eeuw geschonken zijn door een Havanese planter, die zijn genodigden een punch aanbood in een marmeren bad in zijn tuin. Hierin goot hij 1200 flessen Carta Blanca en mengde die met 1200 Malagawijn. Hieraan werden 500 liter kokend water toegevoegd, 300 kg van de beste suiker, 200 verpulverde muskaatnoten en 2600 geperste citroenen. Er waren 600 genodigden.
Carta Blanca


de lekkerste
Sedertdien bestaan er zowat zeventig recepten op basis van rum. De gekendste is uiteraard de Daiquiri. Dit recept werd in 1896 gevonden door de Amerikaan Jenning Cox, die plots bezoek kreeg en geen gin of whisky in huis had. Omdat hij vreesde dat de rum niet in de smaak van de bezoekers zou vallen, 'verbeterde' hij die met het sap van enkele groene citroenen uit zijn tuin en wat suiker. Met het gekende succes. Van Cox, die een kopermijn leidde in het westelijk gelegen dorpje Daiquiri kan alvast gezegd worden, dat hij een kerel met smaak was.


› Koffiepauze bij Oxfam: cubita

Een eigenzinnige koffie met een typische en aparte smaak.
Geteeld, gebrand en verpakt in Cuba.
Voor 250g betaal je 2.25 euro.


Verhaaltje: Avenida de Bélgica

Toen de Amerikaanse troepen zich in het voorjaar van 1902 uit Cuba terugtrokken, raakte de Belgische diplomatieke dienst even de kluts kwijt. Latijns-Amerikaanse vertegenwoordigers in Brussel drongen aan op een spoedige erkenning van de republiek Cuba. Dat dit nog niet was gebeurd, had met de schaarse belangen te maken. Omdat de Verenigde Staten van plan waren op Cuba een overheersende rol te spelen, was er voor België maar weinig hoop op grote voordelen. Op het politieke vlak raakte de Belgische vertegenwoordiger op Cuba geïrriteerd. De Engelse en Noord-Amerikaanse pers richtte haar pijlen naar de Congo-politiek van Leopold II en enkele Cubaanse kranten namen de kritiek over. De krant La Discusión werd zelfs gedwongen een rechtzetting te publiceren.

Charles Renoz kreeg in 1906 zijn bevordering tot consul-generaal voor de Antillen, maar het aantal landgenoten dat toen op Cuba verbleef, was zeer klein. Tussen 1830 en 1844 was slechts één enkele Belg naar Cuba geëmigreerd. Tussen 1901 en 1914 waren dat er twee: één in 1904 en één in 1908. De stad Cienfuegos kreeg in 1904 een Belgisch consulaat. Vier jaar later waren er op het eiland slechts drie Belgische ondernemingen gevestigd. De weduwe H. Alexander voerde allerlei machines in en vertegenwoordigde zowel Vieille Montagne als John Cockerill. De grote koperen ketels met het Belgisch handelsmerk staan in de bierfabriek nog steeds te kijk. De architect K. Bastien had een aannemersbedrijf in Havana en de ingenieur Pierre Droeshout was in de suikerindustrie actief. België zou volgens de Cubaanse vertegenwoordiger in Brussel in 1909 zowat 21 procent van de import aan suikermachines hebben geleverd, naast spoorwegmateriaal en graniet.

De Belgische architect Jean Beleau had een belangrijke rol in de voltooiing van het Centro Gallego, een prachtig paleis in de buurt van het Parque Central in Havana. Hij bedacht de marmeren sculpturen in de gevel. Zijn collega en landgenoot Ricardo Struyf leverde de bronzen sculpturen voor de Cubaanse kopie van het Capitolio die in 1929 werd voltooid. Ons land had ondertussen nog een ander waardevol 'product' geëxporteerd. Toen in 1900 de Sociedad Colombófila de La Habana boven de doopvont werd gehouden, werd meteen een lot van de befaamde Belgische duiven besteld. Kort na het begin van de Eerste Wereldoorlog bracht Albert Durieux, directeur van het duivenblad Le Martinet, de beste exemplaren van de befaamdste Belgische kwekers in veiligheid door ze naar Cuba over te brengen. Twintig jaar later trok Guillaume Stassart naar Havana, vergezeld van een lot schitterende hoogvliegers. Uit zijn ontmoeting met de grondlegger van de Cubaanse duivenfederatie, Victor Pérez Lerena, groeide een hartelijke vriendschap.

Tenminste één stukje van het Cubaanse grondgebied was Belgische eigendom. Het erfgoed 'California' in het zuid-oosten van het eiland, was een bivakplaats voor liberale rebellen. De eigenares, vrouw van de burggraaf Alphonso Vilain XIV, diende in 1905 een eis tot schadevergoeding in. De rebellen hadden de eigendom beschadigd en twintig stuks vee opgegeten. In dezelfde regio, in Santiago de Cuba was er nog een ander stukje grond dat, ofschoon geen eigendom, met ons land te maken had: het café Bélgica. Het was een centrum van de ontluikende trovabeweging en de geniale zanger Sindo Garay was er een trouwe gast.

Charles Renoz werd in februari 1918 tot buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister in Havana benoemd. Toen hij zijn geloofsbrieven overhandigde hadden de Cubanen een mooi voorwendsel om te feesten. Op initiatief van ingenieur Juan Manuel Plenas, alumnus van de Luikse Rijksuniversiteit, keurde het Cubaans parlement op 13 juli 1918 een wet goed die de 21ste juli uitriep tot nationale feestdag op Cuba "als blijk van hulde aan het dappere Belgische volk en zijn legendarische Rey-Caballero". Alle officiële gebouwen op Cuba werden met de Belgische driekleur bevlagd. Deze belgofiele roes zou nog jaren nawerken. Een stukje van een van de belangrijkste straten van de Cubaanse hoofdstad, de Egido, in het verlengde van de Montserrate, werd op 7 juni 1920 tot Avenida de Bélgica gedoopt. Het naambordje hangt er nog steeds, al weet geen sterveling meer wat de aanleiding was.


groetjes

Bruno en ludo
Lode, Elly en Siegfried
Geertrui, Joost, Geert en Bryzze
Theaterbureau XLP

www.bodixchel.com bodixchel


Om je e-mailadres uit te schrijven uit de Bodixchel nieuwsbrief, surf naar deze link